Willem de Vries (1876-1969)    

zoon van Arend de Vries en Martje Roelfsema
echtgen. van Henderika Pieters (1881-1970)

Vermeldingen

  • Geboren op 2 februari 1876 te Borger.
  • Overleden op 2 april 1969 te 's Hertogenbosch.
   ongedateerd
  • Begraven te Eindhoven.

Beschrijving

Willem vertrok met vrouw en 7 van de 10 kinderen van Drouwenermond op 8 april 1930 naar Eindhoven om bij Philips te gaan werken. Van hun huis aan de Zwaanstraat maakte ik in juli 1996 een foto.
Over de migratie van veenarbeiders uit Drenthe naar Eindhoven van Philips, 1920-1940 gaf drs. F.P.W.A.(Frank) Kramer(geb.9.9.1960 Eindhoven) in de Nieuwe Drentse Volksalmanak 1989 onder de titel "Een lichtende toekomst tegemoet" een mooi beeld van de achtergronden van het vertrek uit Drenthe. Zijn grootmoeder van vaderszijde (Margaretha Kramer-van Os(geb.1906), roepnaam Griet)is een dochter van een migrantenfamilie(fam. van Os), die in 1925 van Erica(gem. Emmen)naar Eindhoven verhuisde. Het artikel wordt op een aantal plaatsen onderbroken door kleine intermezzo's, die een weergave zijn van een gesprek, dat de auteur op 29 november 1988 had met deze vrouw.
De vervening blijkt na de Eerste Wereldoorlog haar langste tijd te hebben gehad. De prijzen voor fabrieksturf, die tussen 1914 en 1920 verdrievoudigden, zijn in 1925 alweer gedaald tot het niveau van 1914. De lonen dalen, in verhouding tot de kosten van levensonderhoud, zelfs nog onder het niveau van 1914.
Om aan de crisis, die hiervan het gevolg is, te ontkomen staat voor veenarbeiders alleen de lange weg van de migratie open. Deze migratie is niet zozeer het idee van de veenarbeiders zelf geweest. Er blijkt sprake te zijn van een doelbewuste, geleide migratie. Het zijn de overheden, in 'combine' met de zich ontwikkelende industrie, die hiervoor verantwoordelijk zijn. Er is sprake van werving en selectie van potentiële arbeidskrachten, waarbij met name grote gezinnen met dochters in trek zijn. Zij worden uitgenodigd naar industriecentra te verhuizen, waarbij de eventuele uitsluiting van steunverlening als mogelijke 'stok achter de deur' kan hebben gediend. Vermoedelijk tussen 250 en 300 gezinnen hebben vanuit Drenthe de overstap naar Eindhoven gemaakt. Er is wel wat bekend geworden over de door Philips bij de werving gehanteerde selectiecriteria. Zo blijkt men primair geïnteresseerd te zijn in grote gezinnen, waarbij meisjes een belangrijk aandeel hebben. Hierin zitten voor wat Philips betreft drie kanten. Ten eerste vereist de productie van gloeilampen, die dan nog maar gedeeltelijk is gemechaniseerd, kleine en precieze handen. Ten tweede zijn meisjes goedkope arbeidskrachten. Wel is het zo, dat Philips zich realiseert dat het overbrengen van grote gezinnen aleen vanwege de dochters een zeker risico met zich meebrengt. Immers als de vader geen baan kan vinden in Eindhoven, kàn het gezin besluiten weer naar Drenthe terug te gaan. Om dit te voorkomen moet dus ook voor de vader een baan bij Philips worden gevonden. Het is in dit licht bezien dan ook niet verwonderlijk dat Philips wijst op een derde aspect van het inschakelen van meisjes in het produktieproces: een aantal (goedkope) dochters compenseren voor het bedrijf het verlies, dat verbonden is aan het in dienst nemen van de (dure) vader. In 1928 vond Philips een aardige (en goedkope) oplossing voor het probleem van de 'dure vader'. Hij mocht een boerderijtje huren op het Brabantse platteland via de vereniging Thuis best mits hij tenminste drie dochters tussen 14 en 20 jaar meebracht die bij Philips kwamen te werken en er in het gezin in de toekomst nog meer arbeidskrachten voor de gloeilampenfabriek beschikbaar zouden komen. Er worden in Eindhoven speciaal arbeiderswoningen voor de migranten gebouwd. En er ontstaat zelfs een wijk 'Drents Dorp' als een grootsteedse enclave in een landelijk gebied. Er wordt niet volstaan met de bouw van huizen alleen. Op een aantal plaatsen worden ook winkels en scholen in de nieuwbouwplannen opgenomen.
Een interessante kijk op de visie van Eindhoven op de veenarbeiders die naar Philips komen wordt geleverd door het Eindhovens Dagblad van 22 augustus 1925, dat na een stuk over 'de nood in de venen' doorgaat met een beschrijving van de redding die voor 'de arme sloebers in het veen' nabij en mogelijk is. De krant beschrijft '...hoe ze uitzien naar betere woningen, hoe ze benijden de gezinnen, welke werk gevonden hebben bij de N.V. Philips' Gloeilampenfabrieken en nu naar Eindhoven vertrekken. Bijna honderd gezinnen zullen daar werk vinden en gaan daar een heel wat meer menschwaardig bestaan tegemoet. In plaats van hun armzalige behuizing zullen zij er vinden, geriefelijke, ruime arbeiderswoningen, berekend op gezinnen van 8 à 10 en meer personen die met Regeeringssubsidie worden gebouwd (...)Ziehier een gelukkig voorbeeld, hoe een bloeiende industrie in samenwerking met de Regeering op de meest practische en meest gezonde wijze het hare kan bijdragen in de leniging van den nood in onze armste provincie.'
Philips heeft op de dagelijkse gang van zaken in het Drents Dorp een grote invloed uitgeoefend. Vooral de macht van de door Philips ingezette woninginspectrices mag hierbij niet worden onderschat.
Wat de ware reden is van het vertrek van Willem en zijn gezin en of hij ook is 'geworven' door Philips of op eigen iniatief naar Eindhoven vertrok, bijvoorbeeld na het horen van verhalen van familieleden, buren of vrienden, is mij niet bekend. In elk geval vertrok niet het gehele gezin. De twee oudste zoons, Arend en Henderikus waren in 1928 al getrouwd en de oudste dochter Martje was in 1925 al (voor een dienstbetrekking ?)naar Ambt Hardenberg vertrokken.

Van Tallina de Vries-Hadderingh te Gasselternijveen, kreeg ik een foto in bruikleen, waarop Willem en Rika met aanhang zijn geportretteerd op hun 50-jarig huwelijksfeest, op 30 april 1954 dus.De foto werd genomen voor de woning aan de Zwaanstraat 30 te Eindhoven, het huis van dochter Trientje en haar man Albert Linker.

Copyright © 2006 J. Niemeijer