|
|
Hendrik Niemeijer (1905-1940) | |
|---|---|---|
|
zoon van
Hendrik Niemeijer en Zwaantje Wiegers
echtgen. van Hillechien Faber (1911-1998) Vermeldingen
ongedateerd
BeschrijvingHendrik kwam op de eerste dag van de oorlog om het leven. Hij nam op dat moment niet daadwerkelijk aan de strijd deel, maar zat in een bus die van de lucht uit werd getroffen. In zijn boek Doodenwacht bij onze gevallenen, uitgegeven door N.V. Gebr. Zomer & Keuning's Uitgevermij. te Wageningen (mei 1945) schrijft G.H. Hoek (op blz. 164) daar het volgende over:"Een van de merkwaardigste oorlogsbegraafplaatsen treft men aan op het grondgebied van de gemeente Sassenheim, vlak bij den grooten weg van Leiden naar Amsterdam. Dicht bij het viaduct, dat een aftakking geeft naar Sassenheim zelf, bij de Postbrug, vindt men een weiland, in de nabijheid van een hoeve, een kleine begraafplaats. Het is een ronde plek in het vlakke land, aanvankelijk slechts aangeduid door wat ruwhouten kruisen, nu behoorlijk omrasterd en van natuursteenen herkenningsteekenen voorzien. Hier werd in de oorlogsdagen een autobus met manschappen, die over den breeden verkeersweg reed, van de lucht uit getroffen. Alle manschappen, behoorende tot 1 en 9 R.I., zijn bij dezen aanval op één na gedood. Zij zijn in een bomtrechter naast de weg begraven en de laatste rustplaats van deze 11 mannen zal voor den opmerkzamen voorbijganger in deze streek altijd een herinnering blijven aan den strijd om de verkeerswegen." Het verhaal werd mij bevestigd in een gesprek met Thijs Hulshof op zondag, 31 augustus 1997, toen hij op bezoek was bij zijn nicht (mijn schoonmoeder) Marchien Hulshof. Hij vertelde dat hij een dienstmaat van Hendrik is geweest en dat zij als soldaten waren ingekwartierd in bollenschuren in Sassenheim. Het toeval wilde, dat -toen de oorlog uitbrak- juist echtgenotes op bezoek waren bij hun gemobiliseerde mannen. Ook Hendrik's vrouw Hillechien Faber was in Sassenheim toen haar man omkwam. In het genoemde boek is (blz. 186-243) een alfabetische "lijst der gevallenen anno 1940" opgenomen, waarin de naam van H. Niemeijer als dpl. sold., gevallen te Leiden en begraven te Oegstgeest, is opgenomen. Pikant detail is ook, dat de schoonvader van mijn zoon Jan, A.R. van der Bruggen (geb. 3.1.1935) te Hoogeveen, mij op 20 maart 1999 het verhaal ook nog eens bevestigde! Hij woonde destijds in Sassenheim en was -gezeten achterop de fiets bij z'n moeder- op weg naar Leiden om zijn vader in het ziekenhuis aldaar te bezoeken. Zij passeerden de getroffen bus, toen het nog maar pas gebeurd was! Hij heeft toen als 5-jarige jongen de in brand geschoten bus met daarin nog de getroffenen, met eigen ogen gezien. Nog hedentendage -zegt hij- staat dat beeld op mijn netvlies gegrift. Op 29 maart 2000 bezochten mijn vrouw en ik de begraafplaats bij het Groene kerkje in Oegstgeest. Daar vonden wij het graf van Hendrik en diens makker Geert Klaassen. Ze liggen samen in één graf. Aanvankelijk waren de bij het bus-bombardement omgekomen militairen inderdaad begraven in een bomtrechter in een weiland bij de Postbrug. Later werden ze echter weer opgegraven. De meesten van hen werden overgebracht naar de Grebbeberg in Rhenen en daar herbegraven. Een viertal, waaronder Hendrik en Geert werden echter in een gezamenlijk graf op de ned.hervormde begraafplaats bij het Groene kerkje herbegraven. Op 26 november 1970 werden twee gesneuvelde militairen alsnog naar Rhenen overgebracht, terwijl op verzoek van hun familie, Hendrik en Geert hun laatste rustplaats behielden in graf nr. 31. Dat graf wordt als een OGS-graf (Oorlogs Graven Stichting) aangeduid en als zodanig (keurig!) onderhouden door de hervormde kerk te Oegstgeest. Hendrik en Geert werden overigens niet direct door het bomdardement gedood. Zij zijn beiden gewond afgevoerd naar het Academische Ziekenhuis te Leiden en aldaar op dezelfde dag overleden. De overlijdensakte werd in Oegstgeest opgemaakt. Bij een bezoek op 30 maart 2000 aan de gemeentearchivaris van Oegstgeest, mevrouw de Glopper, ontving ik fotokopieën van 3 bladzijden (21 t/m 23) van het boek Oegsgeest in bange dagen 1940-1945, geschreven door Riet van Dort en Bert Driessen, ISBN 90-9007508-9 geb.,waarin het hoofdstuk De Postbrug is opgenomen. Daarin wordt het verhaal van het duitse bombardement op de bus weergegeven. E-mailbericht van F. Oorschot op 4-03-2002: Geachte heer Niemeijer, Bij enige navorsingen kwam ik het boek tegen "Garnizoenstad Haarlem" Auteurs: Marcel Bulte en Aad Neeven.ISBN 90-6076-343-2 Uitgever: Uitgeverij De Vriesborch Zijlweg 1 2013DA Haarlem, waarin het volgende staat beschreven over het busongeval in 1940; Henk Kors van het bedrijf "Internationale Autobuslijndiensten Leo Kors" hierover: De bussen werden practisch allemaal gedirigeerd naar de Haarlemse Dreef. Daar werden ze opgesteld en gevuld met militairen. 's Middags vertrokken zij richting Leiden. Voorop reed een bus van ons en daarachter twee bussen van de fa. Stormvogels uit IJmuiden. Wat de bestemming van de bussen was weet ik niet en werd ook niet medegedeeld. Bij het wegrestaurant "de Uiver"te Sassenheim heeft men gestopt. Later is de gehele colonne bij Sikkens de autosnelweg opgegaan. Toen ze deze ongeveer 500 meter hadden gevolgd werd de colonne gebombardeerd. Uiteraard de eerste bus kreeg een voltreffer met alle gevolgen van dien. De direct ter plaatse gesneuvelde militairen, alsmede de burgerchauffeur werden naast de weg in een bomkrater begraven. Als ik me goed herinner, waren dat ca. 20 militairen en de chauffeur. Andere bussen uit de colonne waren ook (zwaar) beschadigd. De gewonden werden overgebracht naar ziekenhuizen in de omgeving en diegene die naderhand stierven werden begraven in Oegstgeest. Foto's stonden er niet bij. |
||
| Copyright © 2006 J. Niemeijer | ||